
De VVD-fracties van Alkmaar en Dijk en Waard komen in actie tegen het voorgestelde 380 kV-hoogspanningstracé dat dwars door de historische polders van Noord-Holland zou lopen. De partijen lanceerden vandaag een gezamenlijke petitie, waarmee zij inwoners oproepen om vóór 8 december hun stem te laten horen richting de Provinciale Staten.
Op die datum beslist de provincie over het concept-regioadvies voor een nieuwe 380 kV-hoogspanningslijn. Eén van de varianten — op dit moment de vermoedelijke voorkeursoptie — voert recht door de Schermer, Dijk en Waard en Hollands Kroon. Volgens de lokale VVD’s brengt dat grote risico’s met zich mee voor zowel inwoners als het karakteristieke landschap.
Zorgen over gezondheid en open landschap
De fracties benadrukken dat er al een 150 kV-lijn door het gebied loopt en vrezen dat een tweede, zwaardere verbinding het open polderlandschap blijvend aantast. Ook wijzen zij op mogelijke gezondheidsrisico’s voor bewoners die in de nabijheid van hoogspanningslijnen wonen. Daarnaast kruist het tracé laagvliegzones van Defensie, wat volgens de VVD extra veiligheidsvragen oproept.
‘Energietransitie mag niet ten koste gaan van inwoners’
Hoewel de VVD het belang van het oplossen van netcongestie onderstreept, vinden de partijen dat de gevolgen voor mens en omgeving te zwaar wegen. Zij noemen het huidige tracé “onverantwoord” vanwege de impact op woongebieden en landschappelijke waarden.
De fracties pleiten voor alternatieven die volgens hen minder ingrijpend én goedkoper zijn. Een route langs de A7 zou logischer en sneller te realiseren zijn, en veel minder belastend voor de omgeving. Ook (gedeeltelijke) ondergrondse aanleg zou serieus moeten worden onderzocht.
Oproep aan Provinciale Staten
Met de petitie roepen de VVD-afdelingen de Provinciale Staten op af te zien van een route door polders en woonwijken, en alternatieven zoals de A7-optie nadrukkelijk mee te nemen in hun advies.
Inwoners kunnen de petitie ondertekenen via www.bit.ly/geen380kvdooralkmaarendijkenwaard. De handtekeningen worden op 8 december voorafgaand aan de Statenvergadering aangeboden.