
De provincie Noord-Holland voert momenteel onderhoudswerkzaamheden uit aan de waterlopen, waaronder sloten en vaarten, om wateroverlast en watertekorten te voorkomen. Met een totale lengte van 6000 kilometer aan waterwegen zorgt het maaien van waterplanten en riet ervoor dat het water beter kan doorstromen en uiteindelijk via gemalen in zee terechtkomt. Deze maatregelen zijn van essentieel belang om de waterveiligheid in Noord-Holland te waarborgen.
Bij het maaien wordt rekening gehouden met de ecologie en het belang van waterplanten voor de waterkwaliteit. Waterplanten spelen een cruciale rol bij het vasthouden van de bodem en zwevende deeltjes, het opnemen van licht en voedingsstoffen, en het tegengaan van algenbloei. Bovendien dragen ze bij aan de biodiversiteit. Echter, waterplanten die tot aan het wateroppervlak groeien, kunnen bij overvloedige regenval water vasthouden en problemen veroorzaken. Dit belemmert de doorstroming naar gemalen en vormt een obstakel voor watersporters. Om een goede balans te behouden tussen waterkwantiteit en waterkwaliteit, wordt voornamelijk het diepere middengedeelte van de waterlopen gemaaid, terwijl de begroeiing aan de zijkanten en in de bermen zoveel mogelijk intact blijft. Op deze manier vinden dieren een schuilplaats en krijgen (ondergedoken) waterplanten en riet de kans om te groeien. Het vergroten van de natuurlijke ruimte langs de oevers draagt bij aan de verbetering van de ecologie en de kwaliteit van het oppervlaktewater.
De onderhoudswerkzaamheden worden twee keer per jaar uitgevoerd. De eerste ronde begint zo laat mogelijk in verband met het vogelbroedseizoen en richt zich voornamelijk op het vrijhouden van het middengedeelte van de waterlopen. Tussen half juni en 1 augustus wordt alleen gemaaid op locaties waar de doorstroming in gevaar komt. De tweede maaironde vindt plaats in september/oktober, wanneer de ecologie minder gevoelig is voor verstoring. Tijdens deze periode wordt intensiever gemaaid om het water klaar te maken voor de winter, aangezien er dan meer regenval is en er extra water moet worden afgevoerd.
Tijdens de onderhoudswerkzaamheden kunnen verstoringen optreden in het watersysteem. Het omwoelen van de bodem door de maaiboten leidt tot zwevend bodemmateriaal, waardoor het water een bruin/grijze kleur kan krijgen. Dit kan tijdelijk leiden tot zuurstoftekorten in de sloot, wat vooral zichtbaar is bij vissen. Ze komen naar de oppervlakte en happen naar zuurstof. Hoewel de provincie probeert om de verstoring tot een minimum te beperken, kan het helaas niet altijd worden voorkomen. De visstandbeheeradviseur en vismigratiespecialist, Rik Beentjes, benadrukt dat de vissen meestal snel herstellen en weer weg kunnen zwemmen zodra de zwevende delen neerslaan en er weer voldoende zuurstof beschikbaar is. Mocht iemand dode vissen aantreffen na de onderhoudswerkzaamheden, dan wordt geadviseerd om deze te laten liggen en contact op te nemen met de provincie via het nummer 072 582 8282. Zo kan de situatie van de vis worden onderzocht en indien nodig worden ingegrepen.
De provincie Noord-Holland blijft zich inzetten voor het onderhoud en beheer van de waterlopen om zo de waterveiligheid en waterkwaliteit te waarborgen.