College Dijk en Waard beantwoordt vragen VVD over uitvoerbaarheid parkeerbeleid.

Het college van burgemeester en wethouders heeft schriftelijke vragen van raadslid Csurka (VVD) beantwoord over de uitvoerbaarheid van het nieuwe parkeerbeleid met vergunningparkeren. De VVD-fractie ontving signalen van bewoners dat het beleid in de praktijk tot problemen leidt, onder meer door beperkte capaciteit en toepassing van landelijke regelgeving.

Onderzoek en onderbouwing:
Het college geeft aan dat voorafgaand aan de invoering parkeertellingen zijn uitgevoerd en verwerkt in een parkeermodel van onderzoeksbureau MuConsult. Dit model vormde de basis voor het door de raad vastgestelde Integraal parkeerbeleid. Alle voertuigen op de openbare weg, ook buiten parkeervakken, zijn meegeteld. De berekeningen en uitgangspunten zijn openbaar en terug te vinden in hoofdstuk 3 van het Integraal parkeerbeleid en de presentatie van 19 april 2023.

Rekening houden met woonpatronen:
Voor bestaande wijken gebruikt het college geen parkeernormen, maar parkeertellingen. Daarmee wordt rekening gehouden met veranderende woonpatronen, zoals huishoudens met meerdere auto’s.

Regelgeving en ontheffingen:
Artikel 24 van het RVV 1990 geldt ook in vergunninggebieden. Het college kan op basis van artikel 87 RVV ontheffingen verlenen en werkt aan een regeling hiervoor. In straten met acute parkeerdruk, zoals Bremlaan, Coryluslaan en Hulstlaan, is tijdelijk toegestaan om op ventwegen en langs stoepen te parkeren. Boa’s controleren alleen op geldige vergunningen en niet op parkeren buiten vakken, tenzij sprake is van gevaarlijke situaties.

Evaluatie en mogelijke aanpassingen:
Het college monitort continu de effecten van het beleid via parkeertellingen en meldingen van inwoners. Bij te hoge parkeerdruk wordt het Afweegkader uit het Integraal parkeerbeleid toegepast. Beleidsaanpassingen zijn mogelijk op basis van deze evaluatie.